|
Sectorale verschillen bij WW-uitkeringen
De (macro-)economische ontwikkelingen die van invloed zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt, hebben ook hun weerslag in de arbeidsmarktregio Midden-Utrecht. Met name in de ICT en administratieve sectoren is dit zichtbaar. Voor deze sectoren geldt dat de instroom in de WW het grootste is. Voor sommige werkzoekenden is het minder gemakkelijk om aan het werk te komen. Dit kan komen door persoonlijke omstandigheden of omdat zij naar werk zoeken in beroepen met minder goede baanperspectieven, bijvoorbeeld door digitalisering. Een overstap naar een ander beroep of sector kan in deze gevallen uitkomst bieden. Alhoewel een overstap naar ander werk ingrijpend kan zijn, hoeft het niet altijd een brug te ver te zijn. UWV publiceerde recent een update van de publicatie “Overstapberoepen”.
Kansen en bedreigingen van AI op de werkvloer
Sommige mensen zullen een overstap overwegen vanwege de opkomst van kunstmatige intelligentie (AI).
Het is duidelijk dat de opkomst van met name generatieve AI de komende jaren een brede impact gaat hebben op de arbeidsmarkt. Onderstaand een aantal belangrijke kansen en bedreigingen naast elkaar gezet, steeds als 2 kanten van dezelfde medaille zoals overgenomen uit het in juli 2025 gepubliceerde rapport AI biedt kansen en bedreigingen voor de arbeidsmarkt | UWV.
Minder krapte vs meer mismatch:
AI kan de stagnerende groei van de arbeidsproductiviteit stimuleren door als ‘slimme assistent’ taken van personeel over te nemen. Hierdoor kan het huidige personeel zich focussen op andere waarde creërende activiteiten, waardoor organisaties meer kunnen doen met hetzelfde aantal mensen. Hoewel AI de krapte op de arbeidsmarkt kan verlichten, dreigt de mismatch tussen vraag en aanbod te vergroten. Sommige beroepen zullen verdwijnen, waardoor werknemers zich op korte termijn moeten omscholen om inzetbaar te blijven. Daarnaast zorgt de snelle technologische ontwikkeling voor een versnelde veroudering van kennis en vaardigheden. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, beschouwen experts een groot aanpassingsvermogen en voortdurende bijscholing als cruciaal.
Verlaagde toetredingsdrempels vs bepaalde groepen in de knel:
Net als eerdere technologische ontwikkelingen kan AI er voor zorgen dat werk binnen bereik komt van groepen die daar voorheen vanwege een arbeidsbeperking niet voor in aanmerking kwamen. Denk aan kenniswerk dat door inzet van generatieve AI beschikbaar komt voor mensen met een cognitieve beperking. Of aan inspectiewerk dat door inzet van beeld-/patroonherkenning niet meer op locatie hoeft plaats te vinden en daardoor beschikbaar komt voor mensen met een fysieke beperking. Of zelfs aan iets eenvoudigs als toepassing van spraakherkenning, waardoor iemand met een motorische beperking geen toetsenbord meer hoeft te gebruiken. Dergelijke inzet van AI verlaagt toetredingsdrempels en draagt bij aan een inclusievere arbeidsmarkt.
Toename kwaliteit van werk vs afname kwaliteit van werk:
Als AI binnen beroepen bepaalde taken overneemt kan dat uiteenlopende gevolgen hebben. Gaat het vooral om taken die als saai of vervelend worden ervaren (denk aan de vaak verfoeide administratie en registratie), of vies of gevaarlijk zijn, dan is het resultaat van automatisering dat het werk aan kwaliteit wint. Het wordt leuker, veiliger en/of minder vies. De betrokken medewerker kan zich richten op zijn of haar core business en blijft verschoond van gevaar of andere ongewenste bijverschijnselen. Dit zou de aantrekkelijkheid van bepaalde beroepen flink kunnen vergroten, met meer instroom en minder uitstroom tot gevolg.
Het tegenovergestelde zou zich echter ook kunnen voordoen, wanneer AI taken overneemt die raken aan de kern van een beroep. Denk bijvoorbeeld aan het opstellen van analyses, produceren van bepaalde content of andere creatieve en/of uitvoerende werkzaamheden. Een medewerker zou in dit geval alleen nog maar de input hoeven te verzorgen en/of de output hoeven te controleren op juistheid en volledigheid. De mens werkt dan in zekere zin in dienst van AI, in plaats van andersom. De kans is groot dat het werk in dit geval eentoniger wordt en daarmee aan kwaliteit verliest, waardoor het beroep juist minder aantrekkelijk wordt.
Conclusie
Bij de meeste van de genoemde kansen en bedreigingen speelt scholing een sleutelrol. De verwachting is dan ook dat de behoefte aan bij- en omscholing op het gebied van AI zal toenemen. In eerste instantie betreft dit vooral bijscholing. Wanneer bepaalde beroepen verdwijnen groeit ook de vraag naar omscholing. Deze ontwikkeling vraagt om een flexibele instelling van alle betrokkenen.
Door de verdere implementatie van AI ontstaan er praktische uitdagingen op scholingsgebied. In de eerste plaats voor werknemers en werkgevers. Om bij te blijven zal er door een groot aantal mensen aan scholing gedaan moeten worden. Voor werkgevers kunnen investeringen in scholing voor hun werknemers een flinke kostenpost betekenen, maar uiteindelijk verdienen deze zichzelf vermoedelijk ruimschoots terug. Op directe en indirecte wijze. Door toegenomen arbeidsproductiviteit kan de werkgever immers kosten besparen en/of de output verhogen. Daarnaast ontstaat er door een beter geschoolde beroepsbevolking meer keuze bij werving.
|